advies & ingenieursbureau

Dossier Stikstof

(Hieronder leest u de huidige stand van zaken rondom stikstof. Dit dossier wordt regelmatig geactualiseerd.)

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft op 27 mei 2019 uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Hierin werd beoordeeld dat het PAS niet als toestemmingsbasis voor activiteiten gebruikt mag worden. De gevolgen hiervan waren groot. Zo kwamen vergunningprocedures voor projecten en plannen in onder andere de woningbouw stil te liggen en werden veel besluiten op basis van het PAS vernietigd. Sindsdien wordt er hard gewerkt aan oplossingsrichtingen waarmee meer en meer ruimte geboden wordt voor vergunningverlening. Ecogroen volgt de ontwikkelingen op de voet en adviseert over eventuele gevolgen voor uw activiteiten en mogelijke vervolgstappen.

Waarom is stikstof een probleem?

De beschermde stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden liggen in Natura 2000-gebieden. De Nederlandse natuur staat er relatief slecht voor: slechts 10% van de beschermde habitattypen heeft een gunstige staat van instandhouding, voor de overige 90% is de status ongunstig. Een belangrijke oorzaak hiervan is de grote hoeveelheid stikstof in de bodem met verzuring en vermesting tot gevolg. Hiervan profiteren slechts enkele algemene soorten, zoals braam, brandnetel en pijpenstrootje. Bijzondere soorten verdwijnen door te veel stikstof, omdat ze niet opgewassen zijn tegen de soorten die juist snel kunnen groeien door stikstof. Belangrijke bronnen van stikstof zijn landbouw, industrie, verkeer en woningbouw.

 

Verkeer vormt één van de emissiebronnen van stikstof

Wat is de stand van zaken?

Om vergunningprocedures omtrent stikstof weer doorgang en bovendien meer ruimte te bieden zijn de Wet natuurbescherming (onder invloed van de Spoedwet Aanpak Stikstof) en de provinciale beleidskaders aangepast. Vergunningverlening is weer mogelijk, maar wel onder strikte voorwaarden.

Het is noodzakelijk om voor elke activiteit waarbij stikstof vrijkomt inzichtelijk te maken of de activiteit en toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Veel activiteiten leiden tot een tijdelijke of permanente toename van stikstofemissie. Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg en het gebruik een nieuwe weg of stal, de bouw van een nieuwe woning, maar ook aan grootschalige renovaties. Voor dergelijke activiteiten is het noodzakelijk om een zogenaamde AERIUS-berekening uit te voeren, waarmee de stikstofdepositie op de hiervoor gevoelige natuur berekend wordt.

Een activiteit is niet vergunningplicht wanneer uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000 plaatsvindt (0,00 mol/ha/jaar). Wanneer er wel een toename berekend is, dan zijn vervolgstappen nodig.

Hoe kunnen wij u verder helpen?

Wat nu als uit de eerste berekening(en) blijkt dat uw activiteit tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000 leidt? Allereerst beoordelen wij of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden met een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde. Is dit het geval, dan moet gekeken worden naar verdere oplossingsrichtingen. Wij denken graag met u mee over wat verstandig en wenselijk is. De (on)mogelijkheden zijn afhankelijk van het type activiteit, de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden en de gevoeligheid van de desbetreffende Natura 2000-gebieden voor stikstofdepositie.

In eerste instantie kijken wij in goed overleg met u of er aanpassingen mogelijk zijn in het huidig plan of project. Er wordt dan bekeken welke elementen leiden tot een toename van stikstofdepositie en welke aanpassingen mogelijk zijn. Zo kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aanpassen van het machine-arsenaal dat gebruikt wordt bij woningbouw of renovaties. Ook ‘stikstoffilters’ behoren tot de mogelijkheden op de bouwplaats om de stikstofdepositie in te perken. Op deze manier kan wellicht een toename van stikstofdepositie worden voorkomen.

Indien aanpassing niet mogelijk is of niet het gewenste effect bewerkstelligt, dan kan gekeken worden naar intern salderen. Hiervoor voeren wij bij projecten een verschilberekening uit, waarin het effect van de activiteit wordt vergeleken met de zogenaamde referentiesituatie. De referentiesituatie valt samen met de datum waarop een Natura 2000-gebied onder de bescherming van de Habitatrichtlijn is gekomen of onder de Vogelrichtlijn is aangewezen. De stikstofemissie van de vergunde situatie destijds, die in de tussentijd ongewijzigd is gebleven, wordt als ‘bestaand gebruik’ en daarmee als referentiesituatie beschouwd. Als na de verschilberekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie berekend wordt, dan kan het project doorgang vinden. Afhankelijk van de situatie kan wel sprake zijn van vergunningplicht. Voor plannen geldt dat een verschilberekening inhoudt dat de voorgenomen ontwikkeling wordt vergeleken met de huidig feitelijke, legale situatie op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Ook het gebruik van machines tijdens aanlegwerkzaamheden kunnen leiden tot een tijdelijke extra stikstofemissie

In Noord-Brabant, Zeeland en Limburg wordt bovendien extern salderen weer toegelaten of binnenkort toegelaten (in Overijssel vanaf 15 oktober). Hiermee kan een activiteit met stikstofdepositie rechten ‘opkopen of overnemen’ van een definitief stoppende of krimpende activiteit in de veehouderij. In het laatste geval ontstaat dan stikstofruimte die overgenomen kan worden. Van deze ruimte is 70% beschikbaar voor de nieuwe activiteit, waardoor per saldo de stikstofdepositie daalt. In de provincies Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland en Overijssel (vanaf 15 oktober) kan onder aanvullende voorwaarden ook gebruik worden gemaakt van een speciale vorm van extern salderen: het verleasen van stikstofrechten. Hierbij kan voor tijdelijke stikstofemissies, bijvoorbeeld door de bouw van woningen, stikstofruimte gebruikt worden van tijdelijk stopgezette activiteiten.

Als blijkt dat bovenstaande stappen niet voldoende of mogelijk zijn, dan biedt een passende beoordeling op basis van een ecologische toetsing wellicht de oplossing. Hierin beoordelen wij of de stikstofdepositie leidt tot een significant negatief effect op Natura 2000. Indien dit niet het geval is kan doorgang geboden worden aan het project of plan, op voorwaarde dat er een vergunning aangevraagd wordt. In een uiterst geval kan ook gekeken worden naar een ADC-toets, waarin bepaald wordt of er geen alternatieven zijn, een dwingende reden van groot openbaar belang is. Vervolgens dient gecompenseerd te worden. Voor woningbouw is het daarnaast mogelijk om ‘ruimte’ te reserveren in de stikstofregistratiebank. Hiervoor moet echter wel eerst aangetoond worden dat andere oplossingsrichtingen, zoals intern salderen of een passende beoordeling, onderzocht zijn en geen oplossing bieden.

Toekomstige oplossingsrichtingen

Naast bovenstaande oplossingsrichtingen wordt er op aanraden van de Commissie Remkes een drempelwaarde voor tijdelijke activiteiten onderzocht, op voorwaarde dat er het specifieke plan of project niet leidt tot een permanente toename van stikstofdepositie. Op dit moment is echter onduidelijk wanneer een dergelijke drempelwaarde toegepast gaat worden. Wij volgen de actuele ontwikkelingen op de voet.

Ons team van experts kan u bij elk van de huidige oplossingsrichtingen ondersteunen en wij volgen actuele ontwikkelingen continu. Hierdoor kunnen wij u deskundig, pragmatisch en bovenal realistisch adviseren.