advies & ingenieursbureau

Dossier Stikstof

(Hieronder leest u de huidige stand van zaken rondom stikstof. Dit dossier wordt regelmatig geactualiseerd en is voor het laatst bijgewerkt op 7 april 2021)

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft op 27 mei 2019 uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Hierin werd beoordeeld dat het PAS niet als toestemmingsbasis voor activiteiten gebruikt mag worden. De gevolgen hiervan waren groot. Zo kwamen (vergunning)procedures in het kader van de Wet natuurbescherming voor projecten en plannen in onder andere de woningbouw stil te liggen en werden veel besluiten op basis van het PAS vernietigd. Sindsdien wordt er hard gewerkt aan oplossingen die meer ruimte bieden voor vergunningverlening. Ecogroen volgt de ontwikkelingen op de voet en adviseert over eventuele gevolgen voor uw activiteiten en mogelijke vervolgstappen.

Waarom is stikstof een probleem?

De beschermde stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden liggen in Natura 2000-gebieden. De Nederlandse natuur staat er relatief slecht voor: slechts 10% van de beschermde habitattypen heeft een gunstige staat van instandhouding, voor de overige 90% is de status ongunstig. Een belangrijke oorzaak hiervan is de grote hoeveelheid stikstof in de bodem met verzuring en vermesting tot gevolg. Hiervan profiteren slechts enkele algemene soorten, zoals braam, brandnetel en pijpenstrootje. Bijzondere soorten verdwijnen juist, omdat ze niet opgewassen zijn tegen de soorten die snel kunnen groeien door stikstof. Belangrijke bronnen van stikstof zijn landbouw, industrie, verkeer en woningbouw.

 

Verkeer vormt één van de emissiebronnen van stikstof

Wat is de stand van zaken?

Om vergunningprocedures omtrent stikstof weer doorgang en bovendien meer ruimte te bieden zijn de Wet natuurbescherming (onder invloed van de Spoedwet aanpak stikstof) en de provinciale beleidskaders aangepast. Vergunningverlening is weer mogelijk, maar wel onder strikte voorwaarden. Ook is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet – die uiteindelijk wordt opgenomen in de Wet natuurbescherming – verplicht onder andere tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Wsn stelt de bouwsector ook vrij van de vergunningplicht in de bouwfase. Op 23 maart 2021 is de Wsn officieel gepubliceerd in het Staatsblad. Dat betekent nog niet dat de wet in werking is getreden, daarvoor is een Koninklijk Besluit nodig. De verwachting is dat de wet op 1 juli 2021 in werking treedt.

Het is noodzakelijk om voor elke activiteit waarbij stikstof vrijkomt inzichtelijk te maken of de activiteit een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Veel activiteiten leiden tot een tijdelijke of permanente toename van stikstofemissie. Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg en het gebruik een nieuwe weg of stal, de bouw van een nieuwe woning, maar ook aan grootschalige renovaties. Voor dergelijke activiteiten is het noodzakelijk om een zogenaamde AERIUS-berekening uit te voeren, waarmee de stikstofdepositie op de hiervoor gevoelige natuur berekend wordt.

Een activiteit is niet vergunningplichtig wanneer uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000 plaatsvindt (0,00 mol/ha/jaar). Wanneer er wel een toename berekend is, dan zijn vervolgstappen nodig.

Hoe kunnen wij u verder helpen?

1: Is vrijstelling mogelijk?

Wat nu als uit de eerste berekening(en) blijkt dat uw activiteit tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000 leidt? Allereerst beoordelen wij of uw activiteit in aanmerking komt voor de vrijstelling van kleine, tijdelijke deposities door tijdelijke bronnen. Dit is een nieuwe bestuurlijke beleidslijn die, hoewel nog niet definitief vastgelegd, al gehanteerd wordt door de provincies.

2: Wordt de kritische depositiewaarde overschreden?

Als dit niet de oplossing biedt, dan beoordelen wij of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden met een (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde. Wanneer deze waarde niet wordt overschreden, vervalt de vergunningplicht. Wordt de waarde wel overschreden, dan moet gekeken worden naar verdere oplossingsrichtingen. Wij denken graag met u mee over wat verstandig en wenselijk is. De (on)mogelijkheden zijn afhankelijk van het type activiteit, de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden en de gevoeligheid van de desbetreffende Natura 2000-gebieden voor stikstofdepositie.

3: Kan het plan of project worden aangepast?

In eerste instantie kijken wij in goed overleg met u of er aanpassingen mogelijk zijn in het huidige plan of project. Er wordt dan bekeken welke elementen leiden tot een toename van stikstofdepositie en of dat kan worden voorkomen/verminderd. Zo kan bijvoorbeeld gekozen worden voor ander machine-arsenaal bij woningbouw of renovaties. Ook ‘stikstoffilters’ op de bouwplaats behoren tot de mogelijkheden om de stikstofdepositie in te perken. Op deze manier kan wellicht een toename van stikstofdepositie worden voorkomen.

4: Is intern salderen mogelijk?

Indien aanpassing niet mogelijk is of niet het gewenste effect bewerkstelligt, dan kan gekeken worden naar intern salderen. We kijken dan niet naar de nieuwe stikstofuitstoot, maar voeren een verschilberekening uit. Het effect van de activiteit wordt dan vergeleken met de zogenaamde referentiesituatie. Bij projecten valt de referentiesituatie samen met de datum waarop een Natura 2000-gebied onder de bescherming van de Habitatrichtlijn is gekomen of onder de Vogelrichtlijn is aangewezen. Als met de verschilberekening geen toename van stikstofdepositie berekend wordt, dan kan het project doorgang vinden. Sinds 1 januari 2020 is intern salderen niet meer vergunningplichtig dankzij een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:71), mits uit een berekening blijkt dat hierdoor de stikstofdepositie niet toeneemt.

Bij een verschilberekening voor plannen wordt de voorgenomen ontwikkeling (maximaal beoogd) vergeleken met de feitelijke, legale situatie op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Ook het gebruik van machines tijdens aanlegwerkzaamheden kunnen leiden tot een tijdelijke extra stikstofemissie

5: Is extern salderen mogelijk?

In Groningen, Friesland, Overijssel, Flevoland, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Zeeland en Limburg wordt extern salderen weer toegelaten. Andere provincies beraden zich op dit moment nog op het wel of niet toelaten van dit instrument. Met extern salderen kan een activiteit met stikstofdepositie rechten ‘opkopen of overnemen’ van een definitief stoppende of krimpende activiteit in de veehouderij. In het laatste geval ontstaat dan stikstofruimte die overgenomen kan worden. Van deze ruimte is 70% beschikbaar voor de nieuwe activiteit, waardoor per saldo de stikstofdepositie daalt. In dezelfde provincies en Gelderland kan bovendien onder aanvullende voorwaarden ook gebruik worden gemaakt van een speciale vorm van extern salderen: het verleasen van stikstofrechten. Hierbij kan voor tijdelijke stikstofemissies, bijvoorbeeld door de bouw van woningen, stikstofruimte gebruikt worden van tijdelijk stopgezette activiteiten.

6: Passende beoordeling of ADC-toets

Als blijkt dat bovenstaande stappen niet voldoende of mogelijk zijn, dan biedt een passende beoordeling op basis van een ecologische toetsing wellicht de oplossing. Hierin beoordelen wij of de stikstofdepositie leidt tot een significant negatief effect op Natura 2000. Indien dit niet het geval is kan doorgang geboden worden aan het project of plan, op voorwaarde dat er een vergunning aangevraagd wordt. In een uiterst geval kan ook gekeken worden naar een ADC-toets, waarin bepaald wordt of er geen alternatieven zijn, een dwingende reden van groot openbaar belang is. Vervolgens dient gecompenseerd te worden. Voor woningbouw is het daarnaast mogelijk om ‘ruimte’ te reserveren in de stikstofregistratiebank. Hiervoor moet echter wel eerst aangetoond worden dat andere oplossingsrichtingen, zoals intern salderen of een passende beoordeling, onderzocht zijn en geen oplossing bieden.

Recente jurisprudentie, gevolgen onzeker

Het stikstofdossier blijft een zeer levendig en veranderlijk dossier. In aanvulling op bovenstaande springt nog een recente ontwikkeling in het oog. Het gaat om een uitspraak van de Raad van State in rechtszaken omtrent het stikstofdossier. De gevolgen van deze uitspraak zijn mogelijk verregaand.

De uitspraak van 20 januari 2021 heeft mogelijk consequenties voor het rekenmodel dat gebruikt wordt voor stikstofberekeningen. Het rekenmodel berekent de stikstofdepositie door verkeersbewegingen tot vijf kilometer rondom de bron. De Raad van State heeft geoordeeld dat deze afkapgrens van vijf km onvoldoende is onderbouwd. Daardoor kan niet “volledig, precies en definitief” worden geconcludeerd dat de verkeersbewegingen geen nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden hebben (ECLI:NL:RVS:2021:105). Op dit moment wordt er door de overheid hard gezocht naar een oplossing. In de tussentijd is het onzeker of stikstofberekeningen op basis van het huidige rekenmodel voldoende gemotiveerd en daarmee juridisch houdbaar zijn. Of dit alleen geldt buiten een straal van vijf kilometer om de stikstofbron, of ook daarbinnen is onduidelijk. Mogelijk wordt hierom het model in de toekomst aangepast, wat kan betekenen dat er op termijn een actualisatie van stikstofberekeningen nodig is.